Over InlandLinks

Over sustainability

Duurzaam ondernemen wordt steeds belangrijker. Er is een groeiende behoefte aan inzicht in de impact van logistieke activiteiten op het milieu. InlandLinks maakt de CO2 emissies van de aangesloten inlandterminals transparant en laat zien wat de terminals  ondernemen om C02 te reduceren. Op deze pagina vindt u een toelichting op de getoonde resultaten van de inlandterminals en de intermodale routeplanner.

 

CO2 emissie per container op de inlandterminal

Een inlandterminal is een overslagpunt tussen verschillende modaliteiten. Het overslaan van containers vraagt om de inzet van mens en middelen en resulteert in een CO2 emissie. Op de pagina van een inlandterminal vindt u de gemiddelde CO2 emissie van een container voor de betreffende terminal. De CO2 uitstoot wordt berekend door het totale energiegebruik (verbruik diesel, elektriciteit en gas en daarmee gepaard gaande CO2 uitstoot) van de inlandterminal in een jaar te delen door het totaal aantal overgeslagen containers. Het energieverbruik wordt herleidt uit de administratie van de terminal (bijvoorbeeld op basis van energierekeningen). Per type energie wordt vervolgens de CO2 uitstoot berekend. De emissiefactoren die daarbij worden gebruikt om de totale CO2 uitstoot te bereken zijn als volgt (bron: http://co2emissiefactoren.nl/):

  • Diesel: 3,240 kg CO2 per liter 
  • Aardgas:1,884 kg CO2 per m3
  • Propaan: 1,725 kg CO2 per liter
  • CNG: 2,728 kg CO2 per kg
  • LNG: 3,370 kg CO2 per kg
  • LPG:1,900 kg CO2 per liter
  • Grijze stroom: 0,526 kg CO2 per kWh 
  • Stroom op basis van biomassa: 0,189 kg CO2 per kWh
  • Groene stroom (op basis van wind/water): 0,000 kg CO2 per kWw 
  • Groene stroom (op basis van zon): 0,000 kg CO2 per kWh 

 

In het totaal is het energieverbruik van kantoren en warehouses meegenomen. Het energieverbruik van een terminaltrekker is niet meegenomen, omdat dit voor- of natransport betreft. De emissiefactoren die gehanteerd worden zijn inclusief de emissies van winning van grond- en brandstoffen tot en met verbranding (zogenaamde well-to-wheels principe). Emissiefactoren kunnen per land verschillen. InlandLinks hanteert voor elke inlandterminal bovenstaande emissiefactoren om de terminals beter met elkaar te kunnen vergelijken.

 

CO2 emissie besparing routeplanner

De InlandLinks routeplanner geeft naast de beschikbare verbindingen ook een CO2 emissie besparing per verbinding weer. Deze emissiebesparing  wordt weergegeven ten op zichte van het vervoer over de weg. De besparing is gebaseerd op het STREAM-model van CE Delft. In dit model worden de emissies, waaronder CO2, van het internationale goederentransport berekend op basis van verschillende variabelen, zoals; modaliteit, afstand, brandstoftype en route. Het STREAM-model maakt gebruik van gegevens die breed geaccepteerd zijn door de wetenschap, bedrijfsleven en overheid.

 

De berekening is gebaseerd op een gemiddeld gewicht van 15 ton per container (incl. container). Voor zowel binnenvaart als wegvervoer zijn gemiddelden gebruikt voor het type binnenvaartschip en vrachtwagen. Een binnenvaartschip stoot gemiddeld 31 gram CO2 uit per tonkilometer, dit resulteert in een emissiefactor van 0,465 kg CO2 per containerkilometer gebruikt. Een dieseltrein stoot gemiddeld  29 gram CO2 per tonkilometer uit (0,435 kg CO2 per containerkilometer). Een vrachtwagen stoot gemiddeld 62 gram CO2 per tonkilometer uit (0,930 kg/containerkilometer).

 

Organisatorische inzet op CO2 reductie

Naast de CO2 emissie van de inlandterminal wordt tevens inzicht gegeven in de organisatorische maatregelen die de inlandterminal heeft doorgevoerd om emissies te reduceren. Per onderdeel heeft InlandLinks verschillende niveaus uitgewerkt (0 t/m 4), waarbij het laagste niveau (0) inhoudt dat er geen maatregelen genomen om CO2 emissies te reduceren en het hoogste niveau (4) dat alle mogelijke maatregelen zijn genomen om emissies te reduceren. Hieronder vindt u per onderdeel de verschillende niveaus die zijn gedefinieerd.

 

Monitoring gebruik brandstof

Niveau 0: De brandstofbesparing (sturen op gebruik van aantal liters) wordt niet in kaart gebracht.

Niveau 1: De brandstofbesparing wordt op organisatieniveau in kaart gebracht.

Niveau 2: De brandstofbesparing wordt op organisatieniveau en op basis van individuele chauffeurs en vrachtwagens in kaart gebracht.

Niveau 3: De brandstofbesparing wordt op organisatieniveau en op basis van individuele chauffeurs en vrachtwagens in kaart gebracht. Er is sprake van een cultuur waarin deze individuele resultaten worden gedeeld en beloond (ranglijsten, erkenning, beloning)

Niveau 4: De organisatie heeft een energie management systeem/ programma (conform ISO 50001 of gelijkwaardig van aard) opgesteld. De doelstellingen uit dit programma worden gemeten en gemonitord, focus is op continue verbeteren van de energie efficiëntie.  

 

Efficiënt gebruik materieel

Niveau 0: Geen trainingsprogramma voor werknemers op rijdend materieel (reach, terminalstacker, kraan, vrachtwagen).

Niveau 1: Chauffeurs krijgen een algemene training, maar geen training specifiek gericht op brandstofbesparing (sturen op gebruik van aantal liters).

Niveau 2: Chauffeurs krijgen een eenmalig training gericht op brandstofbesparing (sturen op gebruik van aantal liters). Energie in panden (loodsen, Warehouse en kantoren) wordt gereduceerd door licht/tijdsschakelaars op apparatuur.

Niveau 3: Chauffeurs krijgen een eenmalige training gericht op brandstofbesparing (sturen op gebruik van aantal liters) (bij aanschaf nieuw voertuig volgt vervolg/ nieuwe training). Energie in panden (loodsen, Warehouse en kantoren) wordt gereduceerd door licht/tijdsschakelaars

Niveau 4: De organisatie heeft een energie management systeem/ programma (conform ISO 50001 of gelijkwaardig van aard) opgesteld. De doelstellingen uit dit programma worden gemeten en gemonitord, focus is op continue verbeteren van de energie efficiëntie. Over dit programma wordt zowel in als extern gecommuniceerd.

 

Efficiënte operatie

Niveau 0: De planning van het stacken van containers gebeurt handmatig. Er is geen systeem aanwezig (Excel valt onder geen systeem).

Niveau 1: De planning van het stacken van containers vindt plaats door middel van een handmatig systeem waarbij de positie van de container wordt vastgelegd.

Niveau 2: De planning van het stacken van containers vind plaats door middel van een automatisch locatiesysteem. Aantal bewegingen wordt gemeten en er wordt gestuurd om het aantal bewegingen laag te houden

Niveau 3: De planning van het stacken van containers vind plaats door middel van een automatisch locatiesysteem, waarbij het systeem de positie bepaald. Het aantal bewegingen worden door het systeem gemeten en is erop geënt om deze te reduceren.

Niveau 4: Er is een automatisch locatie systeem aanwezig gericht op het minimaliseren van lege kraanbewegingen. Laad en losbewegingen worden gecombineerd met opslag/ locatieverplaatsingen.

 

Communicatie

Niveau 0: De Organisatie communiceert niet aantoonbaar over duurzaamheid.

Niveau 1: De Organisatie communiceert intern over haar duurzaamheidsbeleid en initiatieven.

Niveau 2: De Organisatie communiceert intern en extern over haar duurzaamheidsbeleid en initiatieven.

Niveau 3: De Organisatie communiceert intern en extern over haar duurzaamheidsbeleid en initiatieven. De Organisatie heeft duurzaamheids KPI’s opgesteld (bijvoorbeeld binnen het Lean & Green award programma van Connekt) en legt hier intern en extern verantwoording over af.

Niveau 4: De Organisatie communiceert intern en extern over haar duurzaamheidsbeleid en initiatieven. De Organisatie publiceert minimaal 1 maal per jaar een extern geverifieerd duurzaamheidverslag conform de GRI (Global Reporting Initiative) standaard.

 

Innovatie

Niveau 0: De organisatie investeert niet in duurzaamheidsintiatieven. Bij vervangingsinvesteringen wordt er niet gekeken naar duurzame initiatieven in de markt.

Niveau 1: Er is een beleid tav (vervangings)investeringen. Hierbij wordt er gekozen voor een product dat aantoonbaar zuiniger is dan het product dat je vervangt

Niveau 2: De organisatie investeert in uren in ontwikkelingen, innovaties en initiatieven op het gebied van duurzaamheid.

Niveau 3: De organisatie investeert in uren en geld in ontwikkelingen, innovaties en initiatieven op het gebied van duurzaamheid.

Niveau 4: De organisatie heeft als doel om binnen 20 jaar CO2 neutraal te opereren. Hiervoor is een plan aanwezig. De organisatie investeert in uren en geld in ontwikkelingen, innovaties en initiatieven op het gebied van duurzaamheid.

 

Samenwerking/Keteninitiatieven

Niveau 0: De organisatie is niet op de hoogte van de sector of keteninitiatieven op het gebied van duurzaamheid.

Niveau 1: De organisatie is wel op de hoogte van de sector of keteninitiatieven op het gebied van  projecten met als primair doel het reduceren van CO2.

Niveau 2: De organisatie neemt deel aan minimaal één CO2 reductie initiatief in de keten/sector.

Niveau 3: De organisatie werkt samen met een toeleverancier en klant en/of andere partijen om de CO2 in de keten te reduceren.

Niveau 4: De organisatie ontwikkelt voor de branche, samen met meerdere ketenpartijen, een first in class initiatief/vernieuwend project gericht op CO2 reductie of op adaptatie van nieuwe technologieën gericht op CO2 reductie. 

 

Bron 

Het bovenstaande is gebaseerd op de CO2 prestatieladder van Stichting Klimaatvriendelijk Ondernemen en Aanbesteden (www.skao.nl) en aangepast aan de bedrijfsspecifieke situatie van een inlandterminal in samenwerking met Connekt en gecheckt met de laatste update van Climate Neutral Group (www.climateneutralgroup.com).